“Orphelie!

Dochtertje.

Je huilt de hele dag.

Je zingt alleen zijn naam.”

 

Orphelie is triest. Haar vriendje Frederik is weg. Niet zomaar verhuisd of zo. Hij is dood.

Orphelie’s mama probeert haar te vertellen dat Frederik nooit meer terugkomt. Want zij heeft het allemaal meegemaakt: toen papa stierf, was Orphelie nog klein. Maar Orphelie gelooft er niks van. Ze gaat op zoek naar Frederik.

 

Ken je het verhaal van Orpheus? Orphelie kent het. Orpheus ging tot diep in de Onderwereld om zijn liefste terug te vinden. Hij nam ze mee terug naar boven. En Orphelie zal Frederik halen! Ze trekt naar de Bovenkamer. Een zalig warm nest, waar ze uren heeft doorgebracht … met hem. De bovenkamer zit boordevol herinneringen. Geheimen van Frederik en Orphelie. Dat hij haar op een dag naar beneden zal volgen, daarvan is ze overtuigd. Wanneer ze zich omdraait, zal hij achter haar staan…

 

Maar dit is niet alleen het verhaal van Orphelie. Op elkaar gepakt in een veel te klein huis, wonen ook mama en Beer, het kleine broertje. Mama wil het huis op orde en een frisse wind doen waaien. Beer wil ook wat aandacht, hij wil spelen. Maar Orphelie ziet alleen haar eigen verdriet. Ze lopen elkaar ongelooflijk voor de voeten.

 

Dit is een opera over verdriet een plaats geven in je hart,

maar ook over nooit alleen alleen zijn en

elkaar heel graag zien.